Benjamin Crombez droomt van een exclusieve badplaats
De burgemeester van Nieuwpoort wilde in 1864, samen met enkele vooraanstaande burgers, in de buurt van het vestingstadje de badplaats ‘Nieuwpoort-Zeebaden’ oprichten. Aanvankelijk waren ze bijna volledig aangewezen op de goodwill van de Doornikse familie Crombez, die zowat de volledige duinenstrook tussen Westende en Oostduinkerke in handen hadden. Al vrij snel stond de familie een stukje duinen af voor de bouw van een eerste paviljoentje. De verdere uitbouw van de badplaats was vooral het werk van de jonge Benjamin Crombez (1832-1902). Hij droomde van een exclusief en aristocratisch kuststadje, zeker na de aanleg van de spoorlijn in 1869. Op de Zeedijk gold dan ook een absoluut verbod op de vestiging van handelszaken of ‘ordinaire’ drankgelegenheden. De duinen werden opgedeeld in regelmatige blokken, waardoor het uiterst regelmatige stratenpatroon ontstond. De percelen werden bij voorkeur verkocht aan families die Crombez persoonlijk kende of die hem geraffineerd en vooral gefortuneerd genoeg leken. Alle bouwprojecten waren onderworpen aan strenge voorschriften en moesten bovendien door Crombez persoonlijk goedgekeurd worden. Het ambitieuze project wilde echter niet vlotten en daarom werd in 1893 een naamloze vennootschap gesticht die vanuit Brussel de verdere uitbouw van de badplaats in goede banen moest leidden. In de hoop om nieuwe geïnteresseerden aan te trekken, werden de grondprijzen verlaagd en bouwreglementen versoepeld. Toeristische brochures moesten dan weer de troeven van Nieuwpoort-Bad aanprijzen.
